Sla menu over Meer over toegankelijkheid
Gorecht

Ruimtelijke kwaliteit

Handreikingen ruimtelijke kwaliteit

Onderstaande handreikingen beogen partijen die met ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap en dorpen aan de slag gaan, op weg te helpen door een eerste handelingsperspectief op hoofdlijnen te bieden. Met de handreikingen wordt richting gegeven aan het omgaan met de in de gebiedsbiografieën beschreven, voor het betreffende deelgebied onderscheidende, karakteristieken.

Foto: Stella Dekker

  • Sluit bij ontwikkelingen aan op de in het gebied door het bodemkundig en natuurlijke hydrologisch systeem bepaalde dominante noord zuid gerichte ruimtelijke hoofdstructuur van de Hondsrug en beekdalen van de Drentse Aa en Hunze aan weerszijden.
  • Gebruik het karakter van de laagveenontginningen rond Westerbroek met oost west lopende laanstructuren en daaraan gelegen veenborgen als vertrekpunt voor ontwikkelingen.
  • Behoud en versterk het contrast tussen de hoge, droge en de lage, natte delen van het gebied en ga zorgvuldig om met de overgangen.
  • Houd bij de doorontwikkeling van kernen rekening met de dorpstypologie (esgehuchten en – dorpen), de historisch gegroeide structuur (villabuurten, tuindorpen), de aanwezigheid van authentieke dorpse gebouwtypen (krimpenhuis, dwarshuis, villa, burgerwoning en boerderij) en de karakteristieke silhouetten.
  • Versterk de landgoederenstructuur en het fijnmazige besloten karakter van de hoge delen met beplanting (houtwallen, lanen, weides, bosjes).
  • Koester en versterk het fijnmazige routenetwerk met zandpaden.
  • Houd de beekdalen open (meren, rietkragen, sloten, knotwilgen).
  • Herstel en/of integreer landschapselementen (essen, esrandbeplanting, pingoruïnes, petgaten) in het ontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen.
  • Behoud en versterk de beleving van cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle plekken en objecten in samenhang zoals: hunebedden, kloosterterreinen en (archeologische) monumenten en maak deze beleefbaar.
  • Houd bij ruimtelijke ingrepen de verschillende verhaallijnen van het ontstaan en de ontwikkeling van het landschap (bv vervening, toerisme) en de kernen (bv. forensisme) leesbaar.

Hieronder is een opsomming van de kernkarakteristieken te lezen, voor meer informatie zie de uitgebreide beschrijving bij de gebiedsbiografie Gorecht:

  • Geologische hoofdstructuur met hoogteverschillen, een contrast tussen kleinschalig, besloten, hoger gelegen landschap op de Hondsrug en aan weerszijden een laag gelegen, zeer open landschap met beekdalen van de Drentse Aa en de Hunze.
  • Kenmerkend reliëf van de glaciale ruggen van Geopark de Hondsrug met de esdorpen.
  • Prehistorische hunebedden.
  • Natte landschapselementen zoals pingoruïnes, petgaten en de Besloten Venen.
  • (Restanten van) middeleeuwse kerken en kloosters, voormalige karresporen en dijken
  • De schaal en het karakter van de historisch gegroeide parkachtige esdorpenstructuur op de Hondsrug met een oorsprong in de Romeinse tijd, met afwisselend essen, bossen, graslanden en met naast sobere boerderijen en keuterijen ook statige bebouwing in de vorm van buitenplaatsen, villa’s, villawijken en later meer sub-urbane woonbebouwing.
  • Veenborgen en andere 18de-eeuwse buitens dankzij de particuliere veenontginningen.
  • Meren en plassen ontstaan door veenafgravingen.
  • Stad Groningen met de Hereweg als noord-zuid verbinding.
  • Gevangenis Van Mesdagklinkiek en de ruimtelijke context.